07-03-2010
GGD informatieavond in Amersfoort op 25 maart 2010Op kleuterleeftijd komt bedplassen veel voor. 70% van de kinderen is rond 4,5 jaar droog. Tot 5 jaar past het bij de ontwikkeling van een kind om 's nachts vanzelf of met een beetje hulp zindelijk te worden. Na de leeftijd van 5 jaar is de kans dat uw kind vanzelf droog wordt kleiner geworden. Sommige kinderen worden alsnog droog. Echter een groot aantal kinderen heeft in deze leeftijdsfase extra ondersteuning van hun ouders nodig om bedplasproblemen te voorkomen.
De leeftijd van kinderen bepaalt voor een groot deel wat je als ouder het beste kunt doen. Specifiek voor de kinderen in de leeftijdsgroep van 5 tot 6,5 jaar organiseert GGD Midden-Nederland een informatieavond over bedplassen.
14-05-2009
Het taboe rond bedplassen neemt af!‘Mama, ik heb in mijn bed geplast!’ Deze woorden zullen heel wat ouders bekend in de oren klinken, want veel kinderen hebben ’s nachts af en toe een ‘ongelukje’. Dat is lastig, maar het vraagt nog niet meteen om drastische maatregelen. Vervelend wordt het als je kind met grote regelmaat (wekelijks) in bed plast. Lastig voor jou om midden in de nacht bed en kind te moeten verschonen, maar ook voor je kind, dat zich vies voelt en zich ervoor schaamt.
De nacht droog doorkomen duurt langer
De meeste kinderen worden in de leeftijd tussen de 2 en 5 jaar overdag zindelijk. Maar om ook de nacht droog door te komen duurt meestal wat langer. In principe geldt, net als bij de zindelijkheid overdag, dat het bijna vanzelf zou moeten gaan. Is een kind eenmaal overdag droog, dan gaan er meestal nog wel een aantal maanden of langer overheen voordat de nacht volgt. Pas als een kind langere tijd wakker wordt met een droge luier, heeft het zin om te gaan experimenteren met het slapen zonder luier. De meeste kinderen worden op deze manier tussen de 4 en 6 jaar oud ’s nachts ook droog. Tot 6 jaar wordt bedplassen daarom niet als een groot probleem gezien. Maar als een kind al langere tijd op de basisschool zit en nog steeds in bed plast wordt dat anders.
Er is nu minder schaamte ...
Jordi (7): “Ik vind het vervelend dat ik nog in mijn bed plas. Ik heb het een keer aan een vriendje verteld, maar toen we een keer ruzie hadden noemde hij me een zeikerd. Dat vond ik heel vervelend. Nu vertel ik het aan niemand meer, want ik wil er niet mee gepest worden.”
Ruim 200.000 kinderen boven de 6 plast nog regelmatig in bed. Dat levert soms sociale en emotionele problemen op. Eén op de tien kinderen in Nederland wordt er ook mee gepest. Twee jaar geleden heeft TNS-NIPO een onderzoek gedaan naar de gevoelens van ouders en kinderen over het bedplassen. Toen bleek dat eenderde van de kinderen zich schaamde voor het bedplassen. Dit jaar is er een vervolgonderzoek uitgevoerd, en blijkt dat kinderen minder zwaar tillen aan bedplassen dan voorheen. Nog maar een kwart van de onderzochte bedplassers gaf aan zich te schamen voor het bedplassen. Vooral oudere kinderen blijken bedplassen meer te bespreken en vooral meisjes nemen makkelijker hun vriendin in vertrouwen.
Fleur(8): “Ik heb twee vriendinnen verteld dat ik nog in mijn bed plas. Een van hen bleek dat ook te doen. Ik vond het wel fijn dat ik niet de enige was. Laatst is voor het eerst een vriendin komen slapen. Toen ik ’s nachts nat wakker werd vond ze dat gelukkig niet stom.”
Professionele hulp
Er zijn allerlei manieren om het bedplassen op te lossen. Uiteindelijk blijkt dat het bedplassen voor het merendeel van de kinderen goed op te lossen is. Toch wachten ouders lang met het inschakelen van deskundige hulp. Suzan (29), de moeder van Fleur (8): “Ik vind het vervelend voor Fleur om met zo’n probleem naar een dokter te gaan. Dat maakt het meteen zo zwaar voor haar. Toch zie ik ook wel dat ze het er moeilijk mee heeft. Dus misschien moeten we toch maar eens wat actie ondernemen, en zijn we er dan sneller van af.”
Het percentage ouders dat hulp inschakelt, is nog steeds laag: 35%. Het is zelfs iets gedaald in vergelijking met 2002. Wie hulp zoekt, gaat meestal naar de huisarts. Opvallend is verder dat één op de zeven ouders van de huidige bedplassers die een hulpverlener inschakelen, weer zonder hulp naar huis wordt gestuurd.
Multiculturele verschillen
Hoe ouders met het bedplassen omgaan blijkt ook af te hangen van de etnische bevolkingsgroep. Uit recent onderzoek blijken Surinamers, Turken, Marokkanen, en Nederlanders het probleem op verschillende manieren te benaderen. Marokkaanse ouders gaan bijvoorbeeld niet snel naar de huisarts, Turkse ouders wel. Dat kan te maken hebben met de leeftijd waarop ouders vinden dat kinderen ’s nachts droog moeten zijn. Bij Marokkanen ligt die verwachting op ongeveer 5 jaar, terwijl Turkse ouders vinden dat hun kind op 3,6 jaar droog moet zijn. Het kind niet meer laten drinken voor het slapen gaan en het kind ’s nachts wakker maken om naar het toilet te gaan, zijn de meest gehanteerde methoden om kinderen van het bedplassen af te helpen. De eerste oplossing is vooral bij Marokkaanse en Nederlandse ouders populair (resp. 44 en 41 procent) en de tweede oplossing bij Turkse en Surinaamse ouders en relatief weinig bij Nederlandse ouders. Belonen als een kind niet heeft geplast is voor 14 procent van de ouders een veel toegepast methode. Vooral de Turkse en Surinaamse ouders doen dit vaker dan gemiddeld.
Behandelmethoden bedplassen
Er zijn diverse methoden om het bedplassen aan te pakken.
1. Belonen: Een eerste stap kan zijn het kind te prijzen of belonen als het een nacht droog is gebleven. Maar zeker niet straffen als het wel in bed heeft geplast, dit heeft alleen maar een negatief effect!
2. De kalendermethode: Met deze methode kan een kind stickertjes plakken voor elke droge nacht, en na een bepaald aantal volgt een beloning. ‘s Avonds wakker maken om te plassen kan ook werken, als je er maar wel voor zorgt dat je kind helemaal wakker is. Half slapend plassen werkt bedplassen namelijk juist in de hand.
3. Wachtwoord: Door een afgesproken wachtwoord kun je controleren of je kind wakker is.
4. Plaswekker: Je kunt ook een plaswekker huren, een apparaatje in de onderbroek of op het matras waardoor er een alarm afgaat zodra het in contact komt met vocht.
5. Blaastraining of droog-bedtraining: Verder kun je nog gebruik maken van een blaastraining of een droog-bedtraining. Vooral de laatste training vergt veel medewerking van ouders en kind, maar het slagingspercentage is hoog.
6. Medicijnen en luierbroekjes: Als een tijdelijke oplossing voor logeerpartijen of een schoolreisje zijn er medicijnen die er voor zorgen dat je kind de nacht droog doorkomt, of speciale niet-krakende luierbroekjes (die ongemerkt in een slaapzak aan en uitgetrokken kunnen worden).
16-01-2009
Weer gaan bedplassen door een schokkende ervaring"Een op de zeven kinderen maakt iets schokkends mee"
AMSTERDAM - Een op de zeven kinderen op de basisschool krijgt een echt schokkende gebeurtenis te verwerken. Het gaat dan om zaken als het getuige zijn van zelfmoord, het plotseling overlijden van een ouder, broer of zus, een ernstig verkeersongeval of een directe confrontatie met geweld.
‘Het komt neer op vier kinderen in elke basisschoolklas’, zegt Eva Alisic, als psycholoog verbonden aan het UMC Utrecht. ‘Of dat veel is? Goede vraag. Vergeleken met cijfers uit Amerika, lijkt het mee te vallen. Daar heb je kinderen uit sommige stadsmilieus waarbij tot 80 procent van de kinderen met geweld te maken had. Maar hier is het natuurlijk toch ook een aanzienlijk aantal.’ Bovendien zijn er ongetwijfeld ook kinderen die niet hebben opgegeven wat ze hebben meegemaakt, zegt Alisic.
Alisic publiceerde de resultaten op basis van de door 1.770 kinderen in de provincie Utrecht ingevulde vragenlijsten in twee toonaangevende Amerikaanse tijdschriften, het Journal of Clinical Psychiatry en het Journal of Child & Adolescent Trauma.
Hoe ouder de kinderen zijn (Alisic onderzocht de groep tussen 8 en 12 jaar), hoe groter de kans op een schokkend incident. Jongen of meisje blijkt niet uit te maken, etniciteit evenmin. Een klein aantal van de kinderen met een schokkende ervaring, ongeveer 15 procent, krijgt door wat ze hebben meegemaakt verschijnselen van posttraumatische stressstoornis (PTSS).
‘Denk aan het veelvuldig herbeleven in bijvoorbeeld nachtmerries, het steeds naspelen, of juist vermijdingsgedrag door niet meer op de fiets te durven na een ongeluk. Wat ook voorkomt zijn juist sterk overprikkelde reacties, kinderen die van bepaalde geluiden heel erg schrikken. Of kinderen bij wie het bedplassen terugkomt.’
Volgens Alisic moeten leerkrachten proberen alert te zijn op deze klachten zodat scholen de kinderen kunnen doorverwijzen.
Overigens meldt een enkel kind ook positieve gevolgen van deze gebeurtenissen, zoals een hechtere band met het gezin, of beter weten wat je echt belangrijk vindt in het leven. Maar volgens Alisic komt dat effect bij volwassenen vaker voor.
In het vervolg van het onderzoek wil Alisic, die over een paar jaar op het onderwerp hoopt te promoveren aan de Utrechtse universiteit, ingaan op hoe de kinderen de gebeurtenissen beleefd hebben en wat het met ze gedaan heeft.
Volkskrant
2 oktober 2008
16-01-2009
Plaswekker meest effectieve therapie bedplassenHet gebruik van een plaswekker blijkt de meest doeltreffende behandeling voor jonge bedplassers. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van kinderarts Koen Van Hoeck van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). Een te kleine blaas of te hoge urineproductie blijken geen oorzaken van bedplassen te zijn. Op de leeftijd van zes jaar heeft één kind op zeven nog last van bedplassen.
De plaswekkertherapie verloste na drie maanden de helft van de kinderen van hun bedplassen. Een plaswekker is een apparaatje dat een geluidssignaal geeft wanneer het broekje of de matras nat wordt. Het genezingspercentage was niet afhankelijk van de blaascapaciteit of de urineproductie ’s nachts. Om succesvol te kunnen zijn vereist de plaswekkertherapie een goede begeleiding met ondersteuning voor ouders en kind.
De plaswekkertherapie had meer succes bij jonge kinderen en bij kinderen die eerder al een behandeling hadden gevolgd. Toch zal de helft van de bedplassers ook met plaswekker niet volledig van het bedplassen verlost zijn. Voor hen gaat de zoektocht naar een betere behandeling verder.
Normale urineproductie en blaascapaciteit
Het onderzoeksteam stelde verder vast dat de urineproductie bij kinderen die bedplassen op dezelfde wijze verloopt als bij kinderen die droog zijn. Het plasvolume tijdens het bedplasmoment blijkt overigens veel kleiner dan eerder beschreven en overschrijdt slechts zeer zelden de ochtendplas van niet-bedplassende kinderen. De artsen onderzochten ook of oefeningen om de blaascapaciteit te verhogen, in staat waren het bedplassen tegen te gaan. Deze oefeningen leidden na drie maanden slechts bij 10% van de kinderen tot succes.
Grote ochtendplas
De Antwerpse kinderartsen onderzochten ook het zindelijkheidsproces bij kinderen zonder bedplassen. Daaruit blijkt dat de ochtendplas bij niet-bedplassende kinderen gemiddeld 140 ml groter is dan de plasjes tijdens de dag. Toch wordt slechts één op tien van deze kinderen tijdens de nacht wakker om te plassen. Dat wijst erop dat de urineblaas tijdens de nacht op een bijzondere manier wordt aangestuurd om de plas te kunnen uitstellen en ononderbroken te kunnen slapen.
Bron: UZA
Datum: 16 mei 2008
13-01-2009
Zindelijkheid en bedplassen: Fabeltjes ontkrachtKinderen die bedplassen of overdag nog regelmatig ongelukjes hebben: het komt vaker voor dan gedacht. Medicatie mag daarbij zeker niet de eerstekeuzebehandeling zijn, zo blijkt uit de doctoraatsonderzoeken van UZA-pediaters dr. Koen Van Hoeck en dr. An Bael.
Bij kinderen van zes jaar oud heeft één op zeven last van bedplassen. Van Hoeck en zijn team deden jarenlang wetenschappelijk onderzoek rond de materie. ‘De medische wereld gaat er traditioneel van uit dat bedplassen wordt veroorzaakt door een kleine blaascapaciteit en een verhoogde urineproductie’, zegt Van Hoeck. ‘Ons team heeft die vastgeroeste stellingen aan de werkelijkheid getoetst en wat bleek? Kinderen die bedplassen hebben helemaal geen abnormaal hoge urineproductie en ook een kleine blaascapaciteit is niet het probleem. Want als je de capaciteit verhoogt met behulp van oefeningen en eventueel medicatie, blijven ze bedplassen.
Onze conclusie is dat de blaas van bedplassers het gewoon vroegtijdig opgeeft.’
Uit het onderzoek bleek ook dat het gebruik van een plaswekker, onder begeleiding van een arts, bij 50 tot 60% van de kinderen definitief komaf maakt met het bedplassen. Met medicatie lukt dat maar bij 18%. ‘Medicatie tegen bedplassen, concreet de neusspray, is populair omdat het weinig moeite kost en er bijna altijd onmiddellijk een vermindering van het probleem is. Maar bij 82% van de patiënten verdwijnt dat effect nadat de medicatie is stopgezet. We raden dan ook heel sterk aan om het altijd eerst met de plaswekker te proberen’, aldus Van Hoeck.
Sociale handicap
Ook het probleem van natte broekjes overdag komt veel vaker voor dan gedacht. Zo’n 6 tot 12% van de zevenjarigen heeft ermee te kampen. Oorzaken zijn hyperactiviteit van de blaas of een fout gebruik van de bekkenbodem, waarbij die wordt aangespannen tijdens het plassen. Urinaire incontinentie overdag betekent niet alleen een grote sociale handicap, het houdt ook een risico in op onder meer nierschade.
Dr. An Bael deed onderzoek naar de drie belangrijkste behandelingsvormen van dagincontinentie bij kinderen, meer bepaald uitleg en hereducatie, medicatie en bekkenbodemtraining. ‘Uitleg en hereducatie blijken in zowat de helft van de gevallen te volstaan om het probleem te verhelpen’, zegt An Bael. ‘Medicatie en bekkenbodemtraining, al dan niet in combinatie met uitleg en hereducatie, leveren geen meerwaarde op. Artsen grijpen dus het best niet gemakshalve naar medicatie. Meestal verdwijnen de ongelukjes geleidelijk naarmate de kinderen ouder worden.’
Kindvriendelijk zindelijk worden
Kinderen zijn vandaag gemiddeld 12 tot 15 maanden later zindelijk dan in de jaren 1950. Dat kan nadelig zijn voor het kind, de ouders en de samenleving. Kleuterleidsters moeten bijvoorbeeld almaar meer tijd spenderen aan het verschonen van broekjes. Dat blijkt uit onderzoek van Alexandra Vermandel, kinesitherapeute binnen de dienst urologie en de Klein Bekken Kliniek, en studenten politieke en sociale wetenschappen van de Universiteit Antwerpen (UA).
‘Nochtans blijkt uit geen enkele studie dat het schadelijk zou zijn om vanaf 18 maanden met zindelijkheidstraining te starten’, zegt Vermandel. Zij ontwikkelde in het kader van haar doctoraat ook een kindvriendelijke methode om kinderen op relatief korte periode zindelijk te krijgen. ‘Peuters tussen 18 en 36 maanden kregen een luier om die een signaal gaf als hij nat werd. Daarop werd het kind telkens op het potje gezet. Er was ook veel aandacht voor motivatie.’
Van de kinderen die zo thuis getraind werden, was 80% na vijf dagen zindelijk. In een kinderdagverblijf lukte dat bij 50%. ‘De luiers zijn niet te koop. Maar het kind in blote billetjes laten rondlopen en bij nattigheid op het potje zetten, is hetzelfde principe’, aldus Vermandel.
Universitair Ziekenhuis Antwerpen
Oktober 2008
13-01-2009
Alleen wekker helpt tegen bedplassen|
|


